The Arthur Conan Doyle EncyclopediaThe Arthur Conan Doyle EncyclopediaThe Arthur Conan Doyle Encyclopedia
22 May 1859, Edinburgh M.D., Kt, KStJ, D.L., LL.D., Sportsman, Writer, Poet, Politician, Justicer, Spiritualist Crowborough, 7 July 1930

Rambling Brittons v. Haagsche Cricket Club

From The Arthur Conan Doyle Encyclopedia

Rambling Brittons v. Haagsche Cricket Club is a cricket score result published in the Nederlandsche Sport magazine on 29 august 1891.

Arthur Conan Doyle's team (The Rambling Brittons) won.


Rambling Brittons v. Haagsche Cricket Club

Nederlandsche Sport (29 august 1891, p. 14)

Automatically translated. Original Dutch text at the bottom of this page.

Fifth game.

Judging by what was seen and heard of the English, the general opinion was that they were not as strong as the other years. Above all, it seemed to me that bowling was easier, something which Mr Webber fully agreed with, and so it was thought that the H.C.C., who brought a good team into the field, would not be too sad against them.

Friday, however, seems to be a bad day to play against the English, because according to Mr Webber's testimony, the match, which was usually postponed because of rain, had the peculiarity of falling on that very day.

Early in the morning, men dressed in richly upholstered coats were seen glancing skyward, seriously begging for help. But in vain. It did not take long for the rain to fall with streams and one could have played a water ballet on the Mould Course rather than a cricket match. At last it finished a little, and in order not to lose any time, lunch was first offered by H. C. C. to the Englishmen, eaten, and then played for up to 5 or 5 1/2 hours. Mr. v. Stolk used this opportunity to address a few words to the Englishmen to which Mr. Webber, who is otherwise not a lover, replied "to stand on his legs":

He had noted with great pleasure that the Dutch had benefited greatly from the good lessons of Bentley; above all, this was noticeably in the debate. In the first year he had not yet noticed this, but there was still so much to be learned before one could learn the other; but now that this had happened he had observed rapid progress, and he had also learned that he would have to bring a stronger team with him in the years to come.

In the meantime it had cleared up so much that one could start, and after Mr Webber had lost the toss (which did not go very solemnly), Hoeffelman and Bourlier went to the wickets, while the bowling was in the hands of Mr Doyle and Mr Mariette.

Bourlier was soon bowled by a yorker of Mr. Doyle and Mr. Eyken appearing at the wicket. The 2nd wicket costs more and falls on 16. Posthuma, who now arrives, is beautifully dumped by the wicketkeeper, and this is the beginning of the terrible collapse that followed. Eijken was caught by Mr Richmond after an excellent 12, and successively the wickets of v. Oosterzee, v. Haeften and the rest fall. It was a rather sad sight to see people, who could do much better, going out in such a way. However, the wicket was very difficult to play and entirely in favour of the bowler, but the collapse of the Hague team has not yet been explained. The score, which was 3 for 20, will be 10 for 30.

After this, under a continuous downpour, the gentlemen Rich. mouth and Neilson go to bat. The first played almost everything to leg and, after scoring 7 runs, is bowled by Mullemeister. Lords Sharman and Neilson soon exceed the total of H. C. C. and when the score stands at 36, both lords are still at the wicket, on which Mr. Webber proposes to stop playing, which, I believe, seemed to be to the taste of the fielders.

Mr Neilson was not out with 25 runs, including a wonderful square-strike of 5 He was caught at the wicket once, but the umpire decided otherwise. By the way, this was the only mistake in his innings.

Umpires were Mr Murray and alternately one of the other players. Mr. P. Romeijn had had the kindness to award a bat to the batsman of H.C.C., who played best, and without the slightest conscience it could be awarded to Mr. A. Eijken.


lst Innings of Haagsche C.C.

  • Hoeffelman 1 1 b Mariette ... 2
  • Bourlier 1 1 1 b Doyle ... 3
  • Eijken 1 2 3 1 1 1 1 1 c Richmond b Doyle ... 11
  • Posthuma 1 2 st Harrison b Mariette ... 3
  • C. Nolet 1 1 1 not out ... 3
  • v. Oosterzee b Mariette ... 0
  • v. Haetten 1 b Mariette ... 1
  • Mullemeister 1 c Herbert b Mariette ... 1
  • Lelyveld 1 1 c Lamb b Mariette ... 2
  • Tromp 1 b Mariette ... 1
  • v. Stolk b Mariette ... 0
  • Byes ... 3
  • Total ... 30

Bowling Analysis.

O. Mdns R. W. W. NB.
Doyle 13 2 20 2
Mariette 12 4/5 6 7 8


lst Innings of the Rambling Brittons.

  • W. Neilson 1 5 2 1 1 1 1 1 3 3 2 1 1 not out ... 23
  • H. Richmond 1 1 2 1 1 1 b Mullemeister ... 7
  • A. H. Sharman 1 1 1 1 not out ... 4
  • Byes 1, Wides 1 ... 2
  • Total ... 36 (1 w. d.)


Bowling Analysis.

O. Mdns R. W. W. NB.
Posthuma 9 0 14 0
Mullemeister 8 3 19 1 1
Eijken 1 0 1 0


Original Dutch text

Vijfde wedstrijd.

Te oordeelen naar hetgeen men van de Engelschen gezien en over hen gehoord had, was de algemeene opinie, dat zij niet zoo sterk waren als de andere jaren. Vooral leek het mij toe, dat het bowlen gemakkelijker was, iets wat de heer Webber volkomen beaamde, en men dacht dus dat de H. C. C., die een goed elftal in het veld bracht, het er niet al te treurig tegen hen af zou brengen.

Vrijdag schijnt echter een slechte dag te zijn om tegen de Engelschen te spelen, want volgens mr. Webber’s getuigenis had de match, die gewoonlijk wegens regen uitgesteld werd, de eigenaardigheid juist op dien dag te vallen.

's Morgens vroeg zag men al mannen, gestoken in rijk gestoffeerde jassen, ernstig smeekende blikken hemelwaarts richten. Doch tevergeefs. Het duurde niet lang of de regen viel met stroomen neer en men had op de Maliebaan eerder een waterballet kunnen vertoonen dan een cricketwedstrijd spelen. Eindelijk klaarde het een weinig op, en om geen tijd te verliezen, werd eerst de lunch door H. C. C. aan de Engelschen aangeboden, genuttigd, om hierna tot 5 of 5 1/2 uur door te spelen. Van deze gelegenheid maakte de heer v. Stolk gebruik eenige woorden tot de Engelschen te richten waarop de heer Webber, die anders geen liefhebber is "to stand on his legs" o. a. het volgende antwoordde:

Hij had tot zijn groot genoegen opgemerkt, dat de Hollanders veel geprofiteerd hadden van de goede lessen van Bentley; vooral was dit merkbaar aan het batten. In het eerste jaar had hij dit nog niet kunnen opmerken, maar er was toen nog zooveel af te leeren voordat men het andere kon aanleeren; maar nu dit eenmaal geschied was had hij snelle vorderingen waargenomen, en hij had tevens geleerd, dat hij volgende jaren een sterker elftal mee zou moeten brengen.

Intusschen was het weder zoover opgeklaard dat men beginnen kon, en nadat de heer Webber even het tossen (dat niet erg plechtig toeging) had verloren, togen Hoeffelman en Bourlier naar de wickets, terwijl het bowlen in handen was van de heeren Doyle en Mariette.

Bourlier is spoedig gebowld door een yorker van den heer Doyle en Eyken verschijnt aan het wicket. Het 2e wicket kost meer moiete en valt op 16. Posthuma, die nu inkomt, wordt door den wicketkeeper prachtig gestumpt, en dit is het begin van de vreeselijke collapse die nu volgde. Eijken werd na een uitstekend gespeelde 12, door den heer Richmond gevangen, en achtereenvolgens vallen de wickets van v. Oosterzee, v. Haeften en de rest. Het was een vrij treurig gezicht om menschen, die veel beter konden, op zulk een manier te zien uitgaan. Wel was het wicket zeer lastig te bespelen en geheel in het voordeel van den bowler, maar de collapse van het Haagsche elftal is daardoor nog niet verklaard. De score, die 3 for 20 was, wordt 10 for 30.

Hierna gaan, onder eene voortdurende regenbui, de heeren Rich. mond en Neilson aan bat. De eerste speelde haast alles naar leg en wordt, na 7 runs gescoord te hebben, door Mullemeister gebowld. De heeren Sharman en Neilson overschrijden spoedig het totaal der H. C. C. en als de score op 36 staat, zijn de beide heeren nog aan het wicket, waarop de heer Webber voorstelt het spelen te staken, wat, geloof ik, wel in den smaak der fielders scheen te vallen.

De heer Neilson was not out met 25 runs, waaronder een prachtige square-legslag van 5 Hij werd eens aan het wicket gevangen, doch de umpire besliste anders. Overigens was dit de eenige fout in zijne innings.

Umpires waren de heer Murray en afwisselend een der andere spelers. De heer P. Romeijn had de vriendelijkheid gehad een bat uit te loven voor dien batsman der H. C. C., die het best speelde, en zonder de minste gewetenswroeging kon deze aan den heer A. Eijken worden uitgereikt.





© arthur-conan-doyle.com